Michiel de Koe nieuwe directeur de Stadserven

Na dertien intensieve jaren vertrekt directeur Martin Visscher
als directeur van de Stadserven. Michiel de MichielKoe volgt hem per 1 januari 2016 op. De 48-jarige De Koe is net als Visscher mede-eigenaar van Noorderstaete rentmeesters, dat momenteel uitvoering geeft aan het beheer door de Stadserven, eigenaar en verpachter van het Kampereiland.

Op de achtergrond heeft hij al een tijdje zich ingelezen en warm gelopen en nu staat De Koe klaar om voor het Kampereiland aan de slag te gaan. Zijn nieuwe job is hem op het lijf geschreven. Agrarisch ondernemerschap, natuur en landschap gaan op het Kampereiland immers hand in hand en wat dat betreft kan De Koe terugvallen op een rijke ervaring. Zo was de nieuwe leidsman voorheen medewerker bij de Christelijke Boer- en Tuindersbond en coördinator Agrarisch Natuurbeheer. Inmiddels is De Koe bijna twintig jaar actief in de
rentmeesterwereld.
Naast zijn werk is hij penningmeester van natuurbeschermingsvereniging
It Fryske Gea.

Martin

Terugblik met Martin Visscher:

Van 400 dossiers in dozen naar een professioneel pachtbedrijf
 

Met pijn in het hart zegt Martin Visscher vaarwel aan het Kampereiland en de Kampereilanders.  Maar tegelijk volgt hij ook zijn hart bij het vormgeven aan zijn eigen toekomst. Visscher verruilt namelijk zijn functie als directeur bij de Stadserven voor een (deeltijd)baan als relatiemanager institutionele donoren bij ZOA Refugee Care. De stichting ZOA ondersteunt mensen die lijden als gevolg van een gewapend conflict of natuurrampen. In vijftien landen biedt ZOA hen hulp, hoop en herstel. 
 

Visscher zal via Noorderstaete rentmeesters incidenteel en met veel plezier als adviseur betrokken blijven bij de Stadserven. "Ik heb een sterke band opgebouwd met dit gebied", zegt hij. "Ik kwam als ‘regulier’ beheerder maar na verloop van tijd merkte ik met hart en ziel betrokken te zijn geraakt."

Terugblik

Bij een afscheid hoort een terugblik, te beginnen bij het begin, de overdracht van het gemeentelijk pachtdossier. "Ik begon met Noorderstaete als uitvoerder van de pachtportefeuille van de gemeente Kampen. In de eerste maand kreeg ik maar liefst 400 dossiers in dozen aangereikt, inclusief één gebrande CD. We besteedden veel tijd aan het invreten in al die pachtdossiers en het overbrengen van de gegevens naar een één geavanceerd beheersysteem, inclusief het kaartwerk. Dat kostte heel wat overuren. Het eerste jaar bleef ik een dag per week  op een luchtbedje  slapen in ons toenmalige kantoor boven de VVV aan de Oudestraat."

De pachtzaken werden indertijd niet altijd even professioneel en objectief geregeld. Voor grondverdeling was steeds een raadsbesluit nodig en dus zaten steevast een stuk of dertig boeren op de publieke tribune. "Dan werd zo’n verdelingsvraagstuk al snel een partijpolitieke zaak. We hebben daarom geadviseerd dat er meer afstand kwam en dat is in 2007 definitief geëffectueerd. Ik kijk er nog altijd met veel blijheid op terug dat de gemeente toen de moed heeft gehad om dit te durven en te doen.  De verzelfstandiging van het pachtbedrijf tot de Stadserven, met de gemeente Kampen als enig aandeelhouder, is een gouden greep geweest voor de ontwikkeling van dit gebied."

Gekscherend

Met de Stadserven als nieuwe verpachtersorganisatie moest de relatie tussen pachter en verpachter zich ook even ‘zetten’. "Dat ging niet altijd zonder slag of stoot", herinnert Visscher zich. "Mensen die van oudsher hun zaken via raadzaal en collegekamer regelden, lieten vaak publiekelijk van zich horen. Daarbij namen ze geen blad voor de mond." Zo investeerden de Stadserven en de provincie Overijssel flink in duurzame agrarische ontwikkeling via het programma Weidse Waarden. Dat werd gekscherend de Wazige Weiden genoemd. 

Na de nodige aanpassingen is dat programma door de bank genomen succesvol afgerond. Nu ligt de bal deels bij de gebiedscoöperatie IJsseldelta. "In Weidse Waarden zijn een aantal initiatieven genomen, bijvoorbeeld op het gebied van streekproducten, kringlooplandbouw, energie en duurzaamheid. Die initiatieven vinden binnen de Gebiedscoöperatie een vervolg."

Inmiddels is de samenwerking en relatie tussen pachters en verpachter over het algemeen goed te noemen. "Je moet elkaar leren vertrouwen en op basis van gelijkwaardigheid willen opereren", aldus Visscher.

Martin-Michiel

 

 


Flashworks vormgeving en webdesign _