Historie

07Oogstdag-kOp 18 juni 1363 sloot Bisschop van Utrecht Jan van Arkel een overeenkomst over de verdeling van Mastenbroek. Kort daarop verwierf de stad Kampen de Kampereilanden met ‘het eeuwig recht van op- en aanwas’ van alle zandplaten en gorzen die in de monding van de IJssel zouden opkomen.

‘Stadserven’
Van oudsher behoorden niet alleen het Binneneiland, maar ook de Mandjeswaard, de Pieper, het Haatland, de Melm en het Buitendijks tot het Kampereiland. Al deze gebieden behoren nu tot de Stadserven. De naam ‘Stadserven‘ verwijst naar het feit dat de boeren op het Kampereiland hun boerderij steeds pachtten van de stad Kampen. In feite is de landbouw al eeuwenlang de drager van natuur en landschap op het Kampereiland.

Areaal
Door inpoldering en ‘op- en aanwas’ is het Kampereiland fors gegroeid. Tegenwoordig beslaat het totale areaal ongeveer 4.700 hectare. Aan het einde van de 20ste eeuw was de oppervlakte van de Kampereilanden nagenoeg driemaal groter geworden dan in 1363. De gemeente Kampen is al die tijd eigenaar en gebiedsbeheerder van het Kampereiland geweest.

Bezit en beheer
In 2007 werden het bezit en het beheer door de gemeente Kampen 'op afstand gezet'. Deze functies worden sindsdien ingevuld door Kampereiland Vastgoed N.V. en Kampereiland Beheer N.V., welke gezamenlijk opereren onder de handelsnaam ‘de Stadserven - Kampereiland e.o.’.

Meer weten over de historie van Het Kampereiland? Lees het hier

 


Flashworks vormgeving en webdesign _